Het verhaal
speelt zich af tijdens de tweede wereldoorlog, waarin de ouders in Polen
hun zesjarig zoontje naar het oosten sturen om aan het oorlogsgeweld
te ontkomen. Het jongetje is van welopgevoede joodse ouders en komt
terecht in een macabere wereld van bleke plattelanders. Een van zijn
ontmoetingen is de vogelaar Lekh, die uit pure frustratie een van zijn
gevangen vogels in schrille kleuren verft en loslaat om naar zijn woongebied
terug te laten keren. Dit alles omdat zijn geliefde Ludmilla, op jonge
leeftijd verkracht en verworden tot nymfomane, zijn liefde niet kan
en wil beantwoorden. De geverfde vogel keert terug en wordt door zijn
soortgenoten verstoten en doodgepikt daar zij hem niet herkennen,
door de verf, als een van hun.
De geschiedenis
van de geverfde vogel staat symbool voor de wederwaardigheden van het
joodse jongetje dat vanwege huidskleur en opvoeding door de plattelanders
eveneens wordt verstoten en niet wordt herkend als mens. Het enige wat
hem rest is overleven in deze wrede, perverse en vijandige wereld.